| Adres: | Bronsweg 7 8211 AL Lelystad |
| Telefoon: | 0320 - 215 350 |
| Telefax: | 0320 - 247 010 |
| E-mail: | Contactformulier |
Ik heb een aantal jaren in het buitenland gewoond en weet niet zeker of mijn werkgever destijds de AOW heeft bijverzekerd. Hoe kom ik aan die informatie?
- De AOW wordt uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank. U kunt bij hun navragen of er door uw werkgever destijds afdrachten zijn gedaan.
Hebt u een partner die ouder is dan u en wordt u vóór 1 januari 2015 65 jaar?
- Dan ontvangt u de aow voor gehuwden. Netto is dit 50% van het minimumloon. Wanneer uw partner ook 65 is, krijgt deze zelf ook aow voor gehuwden. In totaal ontvangt u dus 100% van het netto minimumloon. Zo worden mensen soms voor het eerst van hun leven, tweeverdiener. Iemand die aow ontvangt, mag bijverdienen. Bijverdiensten worden niet gekort op de aow-uitkering.
Hebt u een partner die jonger is dan u en wordt u vóór 1 januari 2015 65 jaar?
- Dan ontvangt u de aow voor gehuwden en kunt u een toeslag op uw aow krijgen. Deze toeslag is in principe net zo hoog als de aow voor gehuwden. De partner zelf krijgt dus niets, het is de aow-gerechtigde die de toeslag ontvangt.
U bent 65 en mag dus bijverdienen zonder dat er korting dreigt, maar inkomsten van uw partner kunnen wél gekort worden op uw toeslag. Inkomsten uit vut, pensioen, een via het werk afgesloten lijfrente of een uitkering van uw partner worden volledig gekort. Voor inkomsten uit arbeid geldt een gedeeltelijke vrijstelling. Pas wanneer de partner meer dan €1175 bruto per maand verdient, is de korting zo hoog dat de toeslag helemaal niet wordt uitbetaald.
Het recht op de toeslag blijft dan overigens in principe wel bestaan. Wanneer de jongere partner dus minder gaat werken of stopt, kan men dat doorgeven aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De toeslag wordt dan weer uitbetaald.
Verhalen dat men twee jaar voordat de oudste partner aow gaat ontvangen, zou moeten stoppen met werken om de toeslag niet in gevaar te brengen, zijn dus onzin, maar blijkens de brieven die wij krijgen, leven ze wel. Inkomsten uit spaargeld, beleggingen of een privé afgesloten lijfrente van de partner, worden niet gekort op de toeslag.
Dat de toeslag wordt uitbetaald aan de 65-plusser en niet aan de partner lijkt een klein verschil met de situatie waarin de partner zelf de toeslag krijgt. In totaal komt er immers toch 100% van het netto minimumloon binnen. Toch is het belangrijk, want het betekent dat de toeslag bij de 65-plusser belast wordt.
Als de 65-plusser voldoende belasting betaalt, dan houdt de jongere partner wanneer die zelf geen inkomen heeft, dus recht op uitbetaling van de volledige algemene heffingskorting. Mensen gaan na hun 65e minder belasting betalen. Wanneer iemand alleen aow ontvangt plus een toeslag voor de nietwerkende partner, dan betaalt hij of zij niet meer dan circa €1327 belasting. Omdat mensen nooit méér algemene heffingskorting uitbetaald kunnen krijgen dan zij samen met de partner aan belasting verschuldigd zijn, kan de partner in een dergelijk geval dus nooit meer dan €1327 heffingskorting krijgen uitbetaald. Maar tegenwoordig hebben veel mensen naast hun aow en toeslag ook nog recht op een pensioen. Daar betalen ze natuurlijk ook belasting over. Hierdoor hebben veel jongere partners dus toch recht op de volledige algemene heffingskorting van €2043.
Wat nu als u wél vóór 2015 65 zult worden, maar uw partner níet?
- Dan blijft de huidige regeling gewoon voor u gelden. U zult dus ook na 2015 voor uw partner een toeslag ontvangen op uw aow. Ook blijven de regels die nu gelden voor korting op de toeslag bij inkomsten van de partner gewoon van kracht.
Wat gebeurt er met het recht op de AOW voor uw partner als u eerder overlijdt?
- Wanneer u overlijdt, stopt niet alleen de uitbetaling van uw aow, maar ook van de toeslag. Als u naast uw aow nog pensioen ontvangt, dan krijgt uw partner waarschijnlijk recht op een nabestaandenpensioen. Hoeveel dat zal zijn, kunt u navragen bij uw pensioenfonds.
Aan welke vereisen moet mijn partner voldoen voor recht op een uitkering?
• de partner moet vóór 1950 geboren zijn; of
• de partner moet meer dan 45% arbeidsongeschikt zijn; of
• de partner verzorgt een minderjarig kind.
Wanneer uw partner géén of een minimaal recht op pensioen heeft en ook geen recht op een anw-uitkering, dan zal er moeten worden ingeteerd op het spaargeld of de overwaarde van het eigen huis, tot de partner zelf recht krijgt op aow. Of hij of zij zal weer aan de slag moeten.
Het kan moeilijk zijn een baan te vinden wanneer men al een tijdje uit het arbeidsproces is. Soms – zeker bij een groot leeftijdsverschil tussen de partners – is dit een reden voor de jongere partner om de baan niet op te zeggen en de korting maar voor lief te nemen.
Wat als u geen spaardgeld/overwaarde/baan heeft ?
Dan staat natuurlijk altijd de weg naar de gemeente nog open voor een (aanvullende) bijstandsuitkering. De laatste jaren zijn de eisen die men aan ontvangers van een bijstandsuitkering stelt echter aangescherpt. Uw partner moet er rekening mee houden dat alles erop gericht zal zijn hem of haar uit de uitkering en op de arbeidsmarkt te krijgen.
Wordt u na 1 januari 2015 65 jaar?
Dan hebt u geen recht op een toeslag voor uw partner. Ook al heeft uw partner zelf geen inkomen. In schrijnende gevallen waarin de gehuwde aow (50% van het minimumloon) het enige inkomen is en er verder geen spaargeld of overwaarde in het huis zit, zult u aanvullende bijstand kunnen aanvragen bij de gemeente. Ook dan dient u er rekening mee te houden dat de gemeente verwacht dat de jongere partner een baan zal proberen te vinden. Wanneer u vóór 2015 al 65 bent, verandert er niets. U houdt uw recht op een toeslag voor uw jongere partner tot uw partner zelf ook 65 is.
______________________________________
Onder constructie. Onze excuses hiervoor.
______________________________________
Kan ik als ondernemer ieder jaar aan de Fiscale Oudedags Reserve toevoegen?
-Ja, dat kan als er aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
Moet een pensioenbrief altijd door een specialist worden opgesteld?
- Nee, er zijn geen wettelijke vereisten om dit door uitsluitend een vakkundig kantoor te laten verzorgen. Pensioen is echter dermate complex dat het wel aan te bevelen is om dit door bijvoorbeeld de Financiële Planning Specialist te laten verzorgen.
________________________________________
Kan ik bij de Financiële Planning Specialist een lijfrenteofferte aanvragen?
-Ja, dat kan. Wij werken uitsluitend op uurbasis en zullen derhalve geen provisie in rekening brengen. Vooraf kunnen wij een schatting geven van de kosten.
________________________________________
Voor alle antwoorden op vragen over banksparen geldt dat de definitieve wet nog niet in werking is getreden. Aan de vragen en antwoorden kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.
Moet ik op mijn 65e jaar beslissen of ik het geld omzet in een lijfrente?
-Via banksparen opgebouwd pensioen moet ingaan voor uw 70ste jaar, vast en gelijkmatig moet worden uitgekeerd, en minimaal 20 jaar moet lopen. Als u voor uw 65 jaar uw geld wil omzetten in een uitkering moet deze wederom 20 jaar lopen. minimale tijd wordt dan 65 -start datum plus 20 jaar. Wilt u het geld in een keer om bijvoorbeeld uw ww en/of wia uitkering aan te vullen dan zal dit niet gaan. Wel kent banksparen de mogelijkheden voor overbruggingspensioen en nabestaande pensioen.
Kan ik met Banksparen ook beleggen in aandeelfondsen?
- Ja, dit kan. De term sparen refereert aan geld naar de bank brengen en te gebruiken voor later. Echter in het wetsvoorstel staat ook de mogelijkheid om dit te doen via een beleggingsrekening.
Kan ik mijn huidige lijfrente en/of kapitaalverzekering omzetten naar bankspaarproduct?
- Ja, dat kan. Of dit voordelig is hangt af van de kosten die de verzekeraar bij afkoop in rekening brengt.
Kan ik kan ik na 5 jaar gaan "shoppen" met mijn bankspaar tegoed voor mijn pensioen?
- Dit is de bedoeling geweest van de wet meer concurrentie voordeel voor de consument. Echter over een aantal jaar moet blijken wat er gebeurt.
Kan ik mijn reserveringsruimte gebruiken van de afgelopen jaren om nu mijn bankspaar rekening vol te storten?
-Ja de wet stelt banksparen gelijk met lijfrente en onderling uitwisselbaar. Hierdoor is de reserveringruimte ook beschikbaar voor banksparen.
________________________________________
• Wat is de levensloopregeling?
• Wanneer kunt u meedoen aan de levensloopregeling?
• Hoe werkt de levensloopregeling?
• Wat moet u met uw werkgever regelen als u wilt meedoen aan de levensloopregeling?
• Hoeveel geld kunt u sparen in de levensloopregeling?
• Hoe neemt u geld op van de levenslooprekening?
• Wat is uw belastingvoordeel als u meedoet aan de levensloopregeling?
• Hoe krijgt u ouderschapsverlofkorting?
• Kunt u de levensloopregeling gebruiken voor prepensioen?
• Welke gevolgen heeft de deelname aan de levensloopregeling voor de sociale uitkeringen?
• Mag u deelnemen aan de levensloopregeling én de spaarloonregeling?
• Wat gebeurt er met het levenslooptegoed bij overlijden?
• Wat gebeurt er met het levenslooptegoed als u geen werk meer hebt?
• Kunt u uw ouderdomspensioen aanvullen met levenslooptegoed?
Wat is de levensloopregeling?
-Met de levensloopregeling kunnen werknemers een deel van hun brutosalaris sparen. Dit spaargeld kan worden gebruikt voor een periode van onbetaald verlof.
Wanneer kunt u meedoen aan de levensloopregeling?
-U kunt meedoen aan de levensloopregeling als u werknemer bent. U moet in Nederland werken.
Hoe werkt de levensloopregeling?
- Met de levensloopregeling spaart u een deel van uw brutosalaris. Dit spaargeld kunt u opnemen als u later een tijd met onbetaald verlof wilt gaan. De reden waarom u het verlof opneemt is niet belangrijk. U kunt bijvoorbeeld verlof opnemen als:
- u moet zorgen voor een ernstig ziek kind of ouders (langdurend zorgverlof)
- u een jaar vrij wilt om tot rust te komen of te reizen (sabbatical)
- u voor kinderen onder de acht jaar moet zorgen (ouderschapsverlof)
- u een opleiding of cursus wilt volgen
- u verlof wilt opnemen voordat u met pensioen gaat
Het spaargeld uit de levensloopregeling kunt u gebruiken om de periode van onbetaald verlof te financieren.
Wat gebeurt er als u meedoet met de levensloopregeling?
-Als u meedoet met de levensloopregeling wordt van uw brutoloon een bedrag ingehouden. Dit geld wordt gestort op een speciale spaarrekening die op uw naam staat. Ook kunt u een rekening onderbrengen bij een instelling, een zogenaamde levenslooprekening. Dit kan bij een verzekeraar, bank, dochter van een pensioenfonds, pensioenuitvoeringsbedrijf of beheerder van een beleggingsinstelling.
Wat is de brijdrage van de werkgever?
-Uw werkgever kan bijdragen aan uw levensloopregeling. Hij is dit niet verplicht.
Wat gebeurt er met uw gespaarde tijd?
-In overleg met uw werkgever kunt u ook gespaarde tijd omzetten in geld. Het gaat dan bijvoorbeeld om extra vakantiedagen, overwerkuren en adv-dagen. Het bedrag kan op uw levenslooprekening worden gestort. Uw wettelijke vakantiedagen kunt u niet omzetten in geld.
Hoeveel procent van uw brutoloon kunt u sparen?
-Per jaar kunt u maximaal 12% van uw brutoloon sparen. In totaal mag u maximaal 210% van uw bruto jaarloon sparen.
Rekenvoorbeelden
Na twee jaar twaalf procent van uw brutoloon sparen kunt u drie maanden verlof financieren tegen honderd van het salaris. Als u tijdens uw verlof genoegen neemt met 70% van uw inkomen, kunt u na bijna 6 jaar sparen 52 weken verlof financieren.
Belasting- en premieheffing
U spaart belastingvrij. Pas als u geld opneemt, betaalt u loonbelasting en de inkomensafhankelijke bijdrage voor uw zorgverzekering. Over de inleg op de levensloopregeling worden wel de premies voor de werknemersverzekeringen ingehouden. Hierdoor heeft de levensloopregeling geen gevolgen voor een eventuele WW-uitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Wat moet u met uw werkgever regelen als u wilt meedoen aan de levensloopregeling?
-U geeft bij uw werkgever aan dat u wilt deelnemen aan de levensloopregeling. U kunt er op elk moment van het jaar instappen. U mag niet deelnemen aan de levensloopregeling als u al gebruikmaakt van de spaarloonregeling. Uw werkgever heeft drie maanden de tijd om uw verzoek in te willigen. Als u wilt sparen in de levensloopregeling, mag uw werkgever dit niet weigeren.
Wat is de brijdrage van de werkgever?
-Uw werkgever kan bijdragen aan het tegoed op uw levenslooprekening. Hij is dit niet verplicht.
Opnemen verlof
Als u onbetaald verlof wilt opnemen, hebt u toestemming nodig van uw werkgever. Dit geldt niet als u langdurend zorgverlof of ouderschapsverlof wilt opnemen. Hier hebt u recht op.
Verlofbeleid
Binnen uw bedrijf of in samenwerking met andere bedrijven kan uw werkgever een verlofbeleid hebben opgesteld. Hierin kunnen bijvoorbeeld regels staan over hoe lang u verlof mag opnemen en hoe u verlof moet aanvragen. Deze regels worden vaak opgenomen in een cao.
Collectieve regelingen
Uw werkgever kan u een collectieve levensloopregeling met een financiële dienstverlener aanbieden. U hoeft hier niet aan deel te nemen. U kunt ook kiezen voor een regeling bij een andere verzekeraar, bank, dochter van een pensioenfonds of beleggingsinstelling.
Meer dan een werkgever
Als u meer dan een werkgever hebt, kunt u bij iedere werkgever apart sparen voor de levensloop.
Hoeveel geld kunt u sparen in de levensloopregeling?
-Per jaar kunt u maximaal 12% van uw brutoloon sparen. In totaal mag u maximaal 210% van uw bruto jaarloon sparen. Als u het spaargeld hebt gebruikt, kunt u weer opnieuw sparen tot het maximum.
Meer sparen voor oudere werknemers
Als u op 31 december 2005 51 jaar of ouder was, maar nog geen 56 jaar, mag u per jaar meer dan 12% van het brutoloon sparen. In totaal mag u maximaal 210% van het bruto jaarsalaris sparen.
Als u voor 31 december 2005 56 jaar of ouder was dan geldt er voor u geen overgangsregeling. U kunt gebruikmaken van de VUT en prepensioenregelingen met bijbehorende fiscale voordelen. Als er geen VUT of prepensioenregeling in uw bedrijf geldt, kunt u meedoen aan de levensloopregeling. U spaart per jaar maximaal 12% van uw brutoloon.
Rente
De rente op uw levenslooprekening wordt bijgeschreven op uw spaartegoed. U mag maximaal 210% van het bruto jaarloon sparen. De rente telt mee bij de berekening hiervan. Hebt u uw spaarmaximum bereikt, dan kan uw totale tegoed door de rente wel blijven groeien.
Levensloopwijzer
Met de levensloopwijzer kunt u uitrekenen hoeveel u kunt sparen en hoe lang u vervolgens met verlof kunt.
Hoe neemt u geld op van de levenslooprekening?
-Als u geld wilt opnemen van de levenslooprekening geeft u dit aan bij de instelling die uw gespaarde geld beheert, bijvoorbeeld uw bank. Die instelling maakt het geld over naar uw werkgever. Uw werkgever houdt hierop loonheffing in, zoals loonbelasting en de premie volksverzekeringen. Het resterende bedrag maakt hij aan u over. U kunt het geld nu opnemen voor een periode van onbetaald verlof.
Maximaal opnemen
U mag niet meer geld opnemen dan uw maandloon. Het gaat om het maandloon dat u ontving in de maand direct voorafgaande aan uw verlof.
Wat is uw belastingvoordeel als u meedoet aan de levensloopregeling?
-Als u spaart via de levensloopregeling, hebt u recht op een korting op de inkomstenbelasting. Per jaar is de korting maximaal 188 euro. Dit is de levensloopverlofkorting. Deze korting krijgt u als u geld opneemt van uw levenslooprekening. U krijgt nooit meer korting dan u aan belasting moet betalen.
Partner
Mogelijk is uw inkomen te laag om van de levensloopverlofkorting gebruik te maken. Als uw partner wel voldoende belasting en premies betaalt, kunt u de levensloopverlofkorting opgeven op zijn aangifte voor de inkomstenbelasting.
Vermogensrendementsheffing
U hoeft geen vermogensrendementsheffing te betalen over het tegoed op uw levenslooprekening.
Ouderschapsverlofkorting
Als u onbetaald ouderschapsverlof opneemt en deelneemt aan de levensloopregeling kunt u ook ouderschapsverlofkorting krijgen. Bij voltijd verlof is dit ongeveer 650 euro per maand.
Hoe krijgt u ouderschapsverlofkorting?
-Als u onbetaald ouderschapsverlof opneemt en deelneemt aan de levensloopregeling kunt u een ouderschapsverlofkorting krijgen. Dit is een fiscaal voordeel dat u via een heffingskorting krijgt. Bij voltijd verlof is dit ongeveer 650 euro per maand.
U vult de ouderschapsverlofkorting in op uw belastingaangifte. De Belastingdienst trekt het bedrag af van de inkomstenbelasting die u moet betalen.
Alleen bij deelname levensloopregeling
U ontvangt de ouderschapsverlofkorting alleen als u deelneemt aan de levensloopregeling. Het maakt niet uit hoeveel u spaart.
Partner
Mogelijk is uw inkomen te laag om van de ouderschapsverlofkorting gebruik te maken. Als uw partner wel voldoende belasting en premies betaalt, kunt u de ouderschapsverlofkorting opgeven op zijn aangifte voor de inkomstenbelasting.
Betaald ouderschapsverlof
In uw cao kan staan dat uw ouderschapsverlof voor een deel wordt betaald door uw werkgever. U kunt dan uw gespaarde geld gebruiken voor het deel dat niet wordt vergoed door uw werkgever. Over deze onbetaalde verlofuren kunt u ook de heffingskorting krijgen.
Kunt u de levensloopregeling gebruiken voor prepensioen?
-U kunt uw gespaarde geld in de levensloopregeling gebruiken om eerder met pensioen te gaan.
Sneller sparen met de overgangsregeling
Als u op 31 december 2005 51 jaar of ouder was, maar nog geen 56 jaar, mag u per jaar meer dan 12% van het brutoloon sparen. Maximaal mag u 210% van uw bruto jaarsalaris sparen.
56 jaar en ouder
Als u voor 31 december 2005 56 jaar of ouder was dan geldt er voor u geen overgangsregeling. U kunt wel gebruikmaken van de VUT en prepensioenregelingen met bijbehorende fiscale voordelen. Als er geen VUT of prepensioenregeling in uw bedrijf geldt, kunt u meedoen aan de levensloopregeling. U spaart dan per jaar maximaal 12% van uw brutoloon.
Afkoop van prepensioenafspraken
Als uw pensioenuitvoerder er mee instemt, kunt u prepensioenaanspraken afkopen. U mag dit bedrag dan zonder belastingheffing storten in de levensloopregeling. Hierbij moet u voldoen aan de regels van de levensloopregeling. U mag wel meer dan 12% van het bruto jaarsalaris storten.
Welke gevolgen heeft de deelname aan de levensloopregeling voor de sociale uitkeringen?
-Bij het aanvragen van een bijstandsuitkering blijft uw opgebouwde spaartegoed van de levensloopregeling buiten beschouwing. Dit tegoed telt niet mee bij het vaststellen van uw vermogen of inkomen.
WW
Het sparen in de levensloopregeling heeft geen gevolgen voor de hoogte van een eventuele WW-uitkering. Als u werkloos bent kunt u het levenslooptegoed niet opnemen. U kunt het tegoed alleen opnemen om onbetaald verlof te financieren. Als het UWV ermee instemt, kunt u wel blijven sparen in de levensloopregeling.
Ziekte en arbeidsongeschiktheid
Het sparen in de levensloopregeling heeft geen gevolgen voor uw eventuele ziektewetuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering.
AOW
Uw opgebouwde levenslooptegoed heeft geen gevolgen voor de AOW-uitkeringen en de AOW-toeslag. Hebt u het spaartegoed nog niet opgenomen als u met pensioen gaat, krijgt u het opgebouwde tegoed op de dag voordat u met pensioen gaat in een keer uitbetaald.
Mag u deelnemen aan de levensloopregeling én de spaarloonregeling?
-Elk jaar kunt u kiezen aan welke regeling u wilt deelnemen: de spaarloonregeling of de levensloopregeling. U kunt niet tegelijkertijd aan beide regelingen deelnemen. U kunt wel in één jaar uit beide regelingen geld opnemen.
Bij de spaarloonregeling spaart u niet voor een bepaald doel. U kunt uw spaargeld dus overal voor gebruiken. Spaargeld uit de levensloopregeling moet u gebruiken voor een periode van onbetaald verlof.
In levensloopregeling mag u meer sparen dan bij de spaarloonregeling.
U mag elk jaar wisselen van regeling.
Wat gebeurt er met het levenslooptegoed bij overlijden?
-Wat er met uw tegoed op de levenslooprekening gebeurt als u komt te overlijden is afhankelijk van de manier waarop u gespaard hebt. U kunt gespaard hebben via een bank of een verzekeringsmaatschappij. Ook is het afhankelijk van de gemaakte afspraken.
Spaarrekening
Als uw tegoed op een spaarrekening staat, dan ontvangen uw erfgenamen dit tegoed. De loonbelasting en de bijdrage voor de zorgverzekering worden ervan afgetrokken. Ook betalen uw erfgenamen successierecht over het tegoed.
Er is geen recht op een levensloopkorting
Verzekering
Als u het tegoed hebt gestort in een verzekering of een beleggingsproduct, dan kan het zijn dat het overlijdensrisico voor uw rekening komt. U ontvangt dan waarschijnlijk tijdens het leven een hogere uitkering. Bij overlijden houdt de verzekeringsmaatschappij het resterende tegoed. Uw nabestaanden ontvangen niets.
Wat gebeurt er met het levenslooptegoed als u geen werk meer hebt?
-Als u werkloos wordt, blijft uw levenslooptegoed op uw levenslooprekening staan. De oorzaak van uw werkloosheid is niet van belang. U hebt (tijdelijk) geen werk, maar zodra u werk hebt gevonden, kunt u verder sparen.
Levenslooptegoed als aanvulling op inkomen
De levensloopregeling is bedoeld om een periode van onbetaald verlof te financieren. Daarom kunt u het tegoed niet opnemen voor een ander doel, zoals het overbruggen van een periode waarin u geen of te weinig inkomen hebt. Bijvoorbeeld als u werkloos bent. Omgekeerd bent u ook niet verplicht uw tegoed aan te spreken als u een uitkering moet aanvragen.
Faillissement werkgever
U krijgt het levenslooptegoed altijd uitbetaald via uw werkgever. Als u door een faillissement geen werk meer hebt, moet uw ex-werkgever het tegoed aan u uitkeren. Alleen als uw ex-werkgever niet meer te vinden is, zal de financiële instelling het tegoed aan u uitkeren. Hoe dat gebeurt (ineens of in termijnen) is afhankelijk van de afspraken die u hierover met de financiële instelling hebt gemaakt. Als u het tegoed laat uitkeren hebt u geen recht op de levensloopverlofkorting. U kunt er ook voor kiezen het tegoed te laten staan totdat u een nieuwe werkgever hebt gevonden. Als u het tegoed dan opneemt, hebt u wel recht op de korting.
Afkoop levenslooptegoed
Als u een levenslooprekening hebt, kunt u het tegoed alleen afkopen als u uw dienstverband hebt beëindigd. De mogelijkheid om het tegoed af te kopen moet in de levensloopregeling schriftelijk zijn vastgelegd.
U betaalt in één keer loonbelasting over het tegoed. U hebt geen recht op de levensloopverlofkorting.
Nog tegoed over en pensioen in zicht
Komt u niet meer aan het werk en hebt u nog een tegoed op uw levenslooprekening staan, dan wordt het tegoed in één keer aan u uitbetaald als u 65 wordt. U hebt wel recht op de levensloopverlofkorting. Die wordt verrekend met de loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering.
Kunt u uw ouderdomspensioen aanvullen met levenslooptegoed?
- Alleen als u een pensioengat hebt, kunt u uw ouderdomspensioen aanvullen met uw gespaarde levenslooptegoed.
Pensioengat en levensloopregeling
U bouwt een levenslooptegoed op op een levenslooprekening. U laat de financiële instelling weten wat uw plannen zijn. Dan kan bijvoorbeeld het geld eerst gespaard worden op een spaarrekening met hoge rente. Dat bedrag kunt u belastingvrij doorstorten naar uw pensioenrekening of pensioenvoorziening. Dit bedrag moet u uiterlijk één dag voor u 65 jaar wordt, of één dag voor het ingaan van uw ouderdomspensioen (als dat eerder of later zou zijn dan op uw 65e jaar) doorstorten.
In dit geval krijgt u geen levensloopverlofkorting.
Hebt u daarna nog levenslooptegoed over, dan wordt dit restant uitgekeerd en belast als loon.
Uitkeren levenslooptegoed bij einde loopbaan
Wordt aan het einde van uw loopbaan (een deel van) uw levenslooptegoed ineens uitgekeerd, dan hebt u wel recht op de levensloopverlofkorting. Die wordt verrekend met de loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering die u dan moet betalen.