Adres: Bronsweg 7
8211 AL Lelystad
Telefoon: 0320 - 215 350
Telefax: 0320 - 247 010
E-mail: Contactformulier
FFP-keurmerk

« terug naar nieuwsoverzicht

24 augustus 2007

Wetsvoorstel Banksparen

Het wetsvoorstel banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld (30432) is op donderdagavond 5 juli 2007 door de Tweede Kamer aangenomen. Het betreft een initiatiefwetsvoorstel van de leden Depla (PvdA) en Blok (VVD). De Tweede Kamer bracht nog een evaluatiebepaling aan. Het wetsvoorstel wordt binnen vijf jaar geëvalueerd. Hierin moet worden gekeken of de doelstelling van meer transparantie en lagere prijzen als gevolg van toegenomen concurrentie is behaald. Dit voordeel wordt door menigeen in twijfel getrokken, omdat ook banken, mede door allerhande adminstrateive verplichtingen, hun marge op dergelijke produkten willen realiseren.

Verder werd een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht binnen zes maanden met een voorstel te komen, waarmee voor een individu in één oogopslag duidelijk is hoe hoog de kosten van deze twee financiële producten zijn. Deze kosten worden vervolgens vijf jaar jaarlijks gemonitored.

Met dit wetsvoorstel willen de initiatiefnemers regelen dat aan sparen via een geblokkeerde spaarrekening of beleggingsrecht voor latere uitkeringen fiscale ondersteuning wordt geboden. Er wordt gespaard voor een kapitaal dat later in termijnen kan worden uitgekeerd.

Met dezelfde euro individueel sparen voor het pensioen kan via een geblokkeerde spaarrekening of beleggingsrecht bij een bank meer kapitaal worden opgebouwd dan via de meeste lijfrentepolissen/koopsompolissen bij verzekeraars. De oorzaak hiervan ligt met name in de hoge en diffuse kosten die verzekeraars in rekening brengen. Aan zelfstandige ondernemers, die voor hun pensioen vrijwel volledig zijn aangewezen op de individuele verzekeringsmarkt, en aan werknemers met een pensioentekort wordt zo meer keuze geboden. De initiatiefnemers willen een einde maken aan de gedwongen winkelnering bij verzekeringsmaatschappijen en in plaats daarvan ook de veelal goedkopere mogelijkheid geven tot banksparen. De initiatiefnemers zijn van mening dat dit voorstel door marktwerking zal leiden tot meer concurrentie, tot grotere transparantie in de kostenstructuren van financiële producten en daarmee tot een kostenverlaging voor de gebruikers van deze producten.

Analoog aan de mogelijkheid om een lijfrentekapitaal op te bouwen komt er met dit initiatiefwetsvoorstel een nieuwe mogelijkheid om via stortingen op een geblokkeerde bankrekening of beleggingsrecht een kapitaal op te bouwen waarvoor op een later tijdstip een recht op periodieke uitkeringen kan worden aangekocht dan wel dat gedurende een aantal jaren in termijnenkan worden uitgekeerd door een bank of beleggingsinstelling. In de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 worden de artikelen met betrekking tot het lijfrenteregime op de volgende punten aangepast en aangevuld:

Sparen via een geblokkeerde bankrekening of beleggingsrecht voor vermogensopbouw voor een oudedagvoorziening wordt fiscaal ondersteund door de stortingen op de bankrekening en ter verkrijging van een lijfrentebeleggingsrecht overgemaakte bedragen gelijk te behandelen als de premiebetalingen voor een lijfrenteverzekering.
De maximale hoogtes van de fiscaal gefaciliteerde spaarbedragen zijn gelijk aan die bij het lijfrenteregime. 

De blokkering van de spaarrekening of beleggingsrecht duurt tot uiterlijk het 70ste levensjaar. Het geblokkeerde spaartegoed kan worden aangewend voor de aankoop van een recht op periodieke uitkeringen bij een verzekeraar. Maar het is ook mogelijk om het geblokkeerde spaartegoed onder bepaalde voorwaarden in termijnen te laten uitkeren door een bank of beleggingsinstelling. Onder bepaalde voorwaarden omdat alleen de spaarvormen gericht op een oudedagsvoorziening in het kader van dit wetsvoorstel moeten worden gefaciliteerd. Bovendien vinden de initiatiefnemers het realiseren van een level playing field tussen verzekeraars en banken van belang. De voorwaarden komen het meest overeen met de tijdelijke oudedagslijfrente. De uitkering van de bank of beleggingsinstelling mag in beginsel niet eerder ingaan dan het 65e levensjaar, maar uiterlijk op 70 jaar. De minimale uitkeringsduur is vijf jaar. De hoogte van de uitkering is (bij een kortere uitkeringsduur dan 20 jaar) gemaximeerd en er geldt een afkoopverbod. Bij overlijden van de belastingplichtige kan het tegoed in termijnen worden uitgekeerd aan de nabestaanden. 

In de Regeling van de Minister van Financiën van 9 oktober 1990 tot uitvoering van artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stcrt. 198) moet, conform de voor uitvoerders van een levensloopregeling met ingang van 1 september 2005 opgenomen uitzondering op de vrijstelling van toezicht (artikel 2b van deze regeling), een uitzondering worden opgenomen waardoor uitvoerders van een lijfrentebeleggingsrecht eveneens niet onder de vrijstelling van artikel 2b vallen.

Vooral zelfstandig ondernemers, zzp-ers en freelancers hebben baat bij deze regeling, omdat zij geheel afhankelijk zijn van pensioenopbouw in de derde pijler. Het zelfde geldt voor mensen in loondienst die een pensioengat hebben.
Door het wetsvoorstel kan er tegen lagere kosten gespaard worden voor de oude dag. Het resultaat is dat bij een gelijke inleg van spaargelden er een hoger resultaat gehaald kan worden.

Wat dit in uw specifieke situatie kan betekenen,  neemt een van onze medewerkers graag met u door. U kunt ons bereiken onder telefoonnummer 0320-215350.

 

 

 

« terug naar nieuwsoverzicht

© 2008 Financiële Planning Specialist