| Adres: | Bronsweg 7 8211 AL Lelystad |
| Telefoon: | 0320 - 215 350 |
| Telefax: | 0320 - 247 010 |
| E-mail: | Contactformulier |
Hieronder geven we u een overzicht van de sociale voorzieningen indien u een ontslagvergoeding krijgt. Indein u meer over dit onderwerp wilt weten, neem dan contact op met Jaap Franken. Hij is verbonden aan de kennisgroep sociale zekerheid van de vereniging financiele planners. De volgende sociale voorzieningen worden hieronder behandeld:
Werkloosheidswet (WW)
Toeslagenwet
IOW/IOAW
Algemene Ouderdoms Wet (AOW)
Algemene Nabestaanden Wet (ANW)
Zorgverzekeringswet
Wet Werk en Bijstand (WWB)
Afhankelijk van uw arbeidsverleden heeft u gedurende een bepaalde periode recht op een loongerelateerde uitkering inzake de werkloosheidswet. De hoogte van de uitkering is de eerste twee maanden 75% van het laatst verdiende salaris met een maximum van € 174,64 per dag. Vervolgens wordt er 70% uitgekeerd. De uitkering wordt verstrekt op basis van een volledige werkweek.
Als u voor 11 augustus 2003 werkloos bent geworden, heeft u na afloop van deze loongerelateerde uitkering nog recht op vervolguitkering.
Tijdens de duur van de loongerelateerde uitkering kan in sommige gevallen de opbouw van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen worden voortgezet. Dit wordt verzorgd door het FvP. Aan het eind van de loongerelateerde uitkering wordt er een bedrag gestort bij de pensioenuitvoerder.
De belangrijkste versobering van de WW per 1 oktber 2006 is het inkorten van de looptijd. Voor deze datum ontving een 58-jarige werkeloze (met een 40 jarig arbeidsverleden) de maximale duur van 5 jaar WW-uitkering. De maximale duur wordt in de nieuwe WW 3 jaar en 2 maanden (bereikt bij 56-jarige leeftijd). Ook alle overige looptijden worden korter en dus ontvangt een werkeloze ex-werknemer korter (en dus minder) WW. Na 38 jaar arbeidsverleden wordt de maximale duur bereikt van 38 maanden.
Om oudere werknemers te stimuleren om (lager betaald) werk te accepteren, heeft minister De Geus bepaald dat werklozen vanaf 55 jaar die binnen één jaar nadat ze werkloos zijn geworden een lager betaalde baan accepteren, een garantie krijgen dat ze bij latere werkloosheid een WW-uitkering krijgen op basis van het oude, hogere loon. Deze maatregel is ingegaan op 1 januari 2005.
Op de uitkering worden geheel in mindering gebracht het ouderdoms – en prepensioen en andere inkomsten wegens loonderving. Het inkomen van de partner wordt niet gekort op de WW-uitkering en er vindt geen vermogenstoets plaats.
Voor WW-gerechtigden wordt het makkelijker om een eigen bedrijf te starten. Als het UWV toestemming verleent, kan een starter gedurende een periode van maximaal zes maanden met behoud van zijn uitkering als ondernemer aan de slag. De inkomsten worden voor 70% verrekend met de uitkering en er hoeft niet gesolliciteerd te worden. Verder wordt de periode verlengd waarin de starter kan terugvallen op zijn WW-uitkering als de onderneming mislukt. Deze periode wordt gelijk aan de resterende duur van de WW-uitkering bij de start van de onderneming en is minstens anderhalf jaar en maximaal drie jaar. Er kan al sinds 19 april 2006 gebruik worden gemaakt van de nieuwe regeling.
Na afloop van de loongerelateerde uitkering maakt u aanspraak op een uitkering inzake de IOAW. Deze uitkering geldt voor degene die de volledige loongerelateerde WW-uitkering hebben doorlopen en bij aanvang van de werkloosheid 50 jaar of ouder waren. De uitkering eindigt op het moment dat u 65 jaar wordt.
Inkomsten van de werkloze werknemer of de partner uit of in verband met arbeid komen in principe volledig in mindering op de IOAW-uitkering. De behandeling van het wetsvoorstel vermogenstoets voor IOAW-ers van 50 - 55 jaar wordt tot een nader te bepalen datum aangehouden. Dit vanwege de vervanging van de IOAW door de IOW(Inkomensvoorziening Oudere Werknemers). Naar verwachting zal de regeling, na goedkeuring door het parlement, in de tweede helft van 2006 worden ingevoerd.
De nieuwe regeling geldt voor 50-plussers en 60-plussers die na het ingaan van de regeling op 1 oktober 2006 werkloos zijn geworden. In de IOW wordt onderscheid gemaakt tussen 50-plussers en 60-plussers.
Voor 50-plussers geldt een sollicitatieplicht met de verplichting tot het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. Er zal gekeken worden naar het inkomen van uw partner, maar niet naar uw vermogen of dat van uw partner.
Voor de 60-plussers geldt ook een sollicitatieplicht, maar het inkomen van uw partner of uw vermogen en dat van uw partner worden buiten beschouwing gelaten.
In april 2005 heeft de Centrale Raad van Beroep bepaalt dat inkomen uit een stamrecht (uitkeringen uit een gouden handdrukverzekering of stamrecht BV) gezien moet worden als inkomen met als gevolg dat er korting op de IOAW-uitkering plaatsvindt.
De gemeente waar u woont bepaalt of u recht heeft op een IOAW-uitkering. Bovenstaand besluit van de Raad van Beroep wordt -voor zover ons bekend- nog niet door elke gemeente strikt toegepast. Voor meer informatie over uw eigen situatie kunt u terecht bij uw gemeente.
Periodieke uitkeringen uit een stamrecht worden niet gekort op de uitkering. Dat staat in de antwoorden van de staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op vragen uit de Tweede Kamer. Het gaat hierbij om een eenmalige ontslagvergoeding die in de vorm van een stamrecht door de werkgever ten behoeve van de werknemer bij een verzekeringsmaatschappij is aangekocht.
Voorwaarde is dat de werknemer die ontslagen is kan kiezen uit een eenmalige ontslagvergoeding in de vorm van een geldbedrag ineens of dat de werkgever ten behoeve van de werknemer een stamrecht bij een verzekeringsmaatschappij koopt.
De Centrale Raad van Beroep bepaalde in 2005 dat betalingen uit een stamrecht wel op een sociale uitkering gekort moeten worden. Die uitspraak sloot echter niet aan bij de uitvoeringspraktijk; daarin werd die korting ook wel achterwege gelaten. Daarom komt er nu een aanpassing van het inkomensbesluit IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) zodat periodieke uitkeringen, die met een eenmalige ontslagvergoeding door de werkgever zijn aangekocht, niet gekort worden op de uitkering.
Door de aanpassing maakt de staatssecretaris een einde aan de onzekerheid over de verrekening van stamrechtuitkeringen en schept nu duidelijkheid voor burgers en gemeenten. Aboutaleb laat de aanpassing ook gelden voor de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Toeslagenwet (TW).
IOAW is een inkomensvoorziening die bestemd is voor oudere langdurige werklozen die 50 jaar of ouder waren op het moment dat zij werkloos werden.
Er lijkt derhalve aan alle onduidelijkheid een eind te zijn gekomen. Wat dit in uw geval betekent kunnen we nader voor u uiteenzetten. Indien de antwoorden op de vragen na wilt lezen klik dan op deze link. (dit is een pdf bestand wat gelezen kan worden met adobe reader).
U maakt aanspraak op een uitkering inzake de Wet Werk en Bijstand als u onder het sociaal minimum leeft. Het vermogen en het inkomen uit of in verband met arbeid wordt gekort op de uitkering. Er zijn diverse toeslagen waar iemand gebruik van kan maken. Dit is nader uitgewerkt in de Toeslagenwet. Doelstelling van deze wet is om een sociaal minimum te garanderen.