Adres: Bronsweg 7
8211 AL Lelystad
Telefoon: 0320 - 215 350
Telefax: 0320 - 247 010
E-mail: Contactformulier
FFP-keurmerk
U bent hier: Gouden Handdruk » Oudedagsvoorzieningen

Oudedagsvoorzieningen

Het Nederlands systeem voor oudedagsvoorzieningen bestaat uit drie pijlers:

AOW
Verzekerd voor de de AOW is iedereen die in Nederland ingezetene is of in Nederland aan de loonbelasting is onderworpen. Recht op een uitkering heeft degene die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en verzekerd is geweest tussen 15 en 65 jaar. De hoogte van de AOW is onder andere afhankelijk van:

Aan de hand van deze uitganspunten kan nauwkeurig worden bepaald waar u recht op heeft.

 
Pensioen
Het pensioen wordt normaal gesproken toegezegd door uw werkgever. In het pensioenreglement staat beschreven welk pensioen er wordt toegezegd en / of welk kapitaal er wordt opgebouwd. Op basis hiervan kan worden bepaald wat de de eventuele aanspraken zijn na of voor 65 jaar. Er worden verschillende systemen gehanteerd voor de opbouw van pensioenrechten. Hieronder volgen de drie belangrijkste. 


Eindloonsysteem 
Bij het eindloonsysteem krijgen de werknemers recht op een pensioen inclusief AOW ter grootte van grofweg 70% van het laatstverdiende salaris. Een salarisstijging leidt bij de toepassing van dit systeem tot een verhoging van het pensioenrecht mede met betrekking tot verstreken dienstjaren (backservice). Uitgaande van stijging van het salaris zou pensioenbreuk er in beginsel toe leiden dat het uiteindelijke pensioen minder zal bedragen dan grofweg 70% van het laatstverdiende salaris. Indien het levensjarenbeginsel -een variant van het eindloonsysteem- wordt toegepast gelden pensioenverhogingen onafhankelijk van de vraag of de werknemer steeds bij de onderneming in kwestie werkzaam is geweest. 


Middelloon
Bij het gemiddelde salarissysteem is het pensioen gebaseerd op het gemiddeld genoten salaris. Salarisstijgingen leiden daarbij tot verhoging van de pensioengrondslag, maar niet -zoals bij het eindloonsysteem- met terugwerkende kracht. Vanuit een oogpunt van kostenbeheersing en -beperking verdient dit systeem voor werkgevers de voorkeur. Het gemiddelde salarissysteem leidt -uitgaande van salarisstijgingen- tot een lager pensioen dan bij het hiervoor besproken eindloonsysteem. 


Beschikbare premiesysyteem
Bij het beschikbare premiesysteem wordt een vast percentage van de loonsom aangewend voor de financiering van pensioenaanspraken. De uiteindelijk te genieten pensioenuitkeringen zijn afhankelijk van deze dotaties, het rendement op de beleggingen en de toegepaste kosten- en winstopslagen. Bij dit systeem zijn de pensioenkosten voor de werkgever zeer beheersbaar.

De overheid heeft recent een aantal wetswijzigingen doorgevoerd die het eerder stoppen met werken dan 65 jaar ontmoedigen. Iedereen die op 1-1-2005 jonger was dan 55 jaar wordt getroffen door deze maatregel. De fiscale faciliëring van VUT en prepensioen komt geheel te vervallen. Dat betreft dus ook overbruggingspensioenen. Voor deze aanspraken vervalt de omkeerregel. Wel wordt het mogelijk om het ouderdomspensioen eerder dan 65 jaar te laten ingaan (onder actuariële herrekening).

Een goed inzicht in het te bereiken pensioen is belangrijk om de uitkeringen vanuit de stamrecht BV te optimaliseren.


Lijfrenten
Een derde manier om oudedagsvoorzieningen op te bouwen is via een lijfrente. Lijfrenteuitkeringen moeten in principe vast en gelijkmatig zijn. Er zijn een aantal lijfrentecategorieën die voor premie-aftrek in aanmerking. De uitkeringen zijn te zijner tijd belast. 


Oudedagslijfrente
 
Wordt afgesloten voor de belastingplichtige zelf en eindigt uitsluitend bij zijn overlijden. De wet laat de ingangsdatum vrij. De lijfrente dient in te gaan uiterlijk in het jaar waarin de belastingplichtige de leeftijd van 70 jaar bereikt. De uitkeringen moeten vast en gelijkmatig zijn. Bij het overlijden van de partner van de gerechtigde tot de oudedagslijfrente mag de uitkering echter dalen naar 70% van het oorspronkelijke bedrag. 


Nabestaandenlijfrente 
Een lijfrente voor nabestaanden die ingaat bij het overlijden van de belastingplichtige of zijn (ex) echtgenoot. De eis van "direct ingaan bij het overlijden" is verzacht. De ingangsdatum mag worden uitgesteld tot het moment van het vervallen van de ANW-uitkeringen. 


Overbruggingslijfrente 
De premieaftrek voor de overbruggingslijfrente is per 1 januari 2006 vervallen. Onder het regime met ingang van 2006 mag een oudedagslijfrente wel eerder ingaan dan het jaar waarin de genieter de leeftijd van 65 bereikt. Lijfrentepolissen die vóór 1 januari 2006 zijn gesloten, kunnen nog worden gebruikt voor een overbruggingslijfrente. Lijfrentepolissen die vóór 1 januari 2006 zijn gesloten, mogen zonder aanpassing worden gebruikt voor overbruggingslijfrenten. De eerbiedigende werking geldt ook voor aanspraken die voortvloeien uit premies die voor 1 april 2006 of 1 juli 2006 (FOR- en stakingslijfrente) zijn betaald. De waarde in het economische verkeer van de polis op 31 december 2005 kan worden verhoogd met de nominale premie die na 31 december 2005 is voldaan en met toepassing van artikel 3.130 van de Wet IB 2001 is teruggewenteld.

Een overbruggingslijfrente werd afgesloten met het oogmerk om de inkomensachteruitgang op te vangen in de periode voorafgaand aan de pensionering, bijvoorbeeld in het geval van VUT. De wet laat de ingangsdatum vrij. Het gezamenlijke bedrag van de uitkeringen bedraagt maximaal € 63.288 (2005), € 62.414 (2004) per jaar. De uitkeringen eindigen op het moment waarop het werknemers- of beroepspensioen ingaat dan wel de belastingplichtige 65 jaar wordt. Bij het overlijden van de partner mag de levenslange oudedagslijfrente voor de langstlevende partner dalen naar 70% van het oorspronkelijke bedrag. Bij een overbruggingslijfrente hoeft niet aan het vereiste van 1% sterftekans te worden getoetst. 


Tijdelijke oudedagslijfrente 

Deze lijfrentevorm is bedoeld om de inkomensachteruitgang in de eerste jaren na het pensioen op te vangen. De uitkeringen mogen alleen aan de belastingplichtige toekomen en moeten een looptijd van minimaal 5 jaren hebben. De ingangsdatum mag niet eerder liggen dan het jaar waarin de gerechtigde 65 jaar wordt. De uitkeringen dienen uiterlijk in te gaan in het jaar waarin de gerechtigde 70 jaar wordt. Het gezamenlijke bedrag van de uitkeringen bedraagt op jaarbasis maximaal € 19.161 (2006), € 18.990 (2005), € 18.727 (2004). Bij het overlijden van de partner mag de levenslange oudedagslijfrente voor de langstlevende partner dalen naar 70% van het oorspronkelijke bedrag.

Tot 1 januari 2006 mocht een tijdelijke oudedagslijfrente ook eerder ingaan, namelijk de eerdere pensioendatum. Hiervoor geldt een overgangsregeling. Oude contracten worden gerespecteerd.

 
Voor invalide kinderen
 
De lijfrentetermijnen beginnen bij of na het meerderjarig worden van het invalide (klein)kind en eindigen bij diens overlijden. 


Voor invaliditeit en ziekte 
Een lijfrente die voorziet in periodieke uitkeringen, die ingaan bij invaliditeit, ziekte of ongeval. Deze categorie ziet op arbeidsongeschiktheidsverzekeringen die veelal door zelfstandigen worden afgesloten. Voorzover ook uitkeringen ineens zijn verzekerd, moet de premie worden gesplitst en geldt de aftrekbaarheid alleen voor het deel dat op periodieke uitkeringen betrekking heeft. Voor het andere deel valt de polis in box 3.

Het kan opportuun zijn om te kiezen voor een combinatie van lijfrentes. Bijvoorbeeld een combinatie van een overbruggingslijfrente, tijdelijke oudedagslijfrente en een reguliere oudedagslijfrente. Dit om de uitkeringen aan te laten sluiten bij de levensfase. Naarmate men ouder wordt, heeft men in het algemeen minder nodig om van te leven. Verder kan bij de timing van de uitkeringen rekening worden gehouden met het IB-tarief (onder meer voor en na 65 jaar). 


Nieuw
Er is een wetsvoorstel ingediend wat de weg vrij moet maken voor de opbouw van een oudedagsvoorziening via banksparen. Dit wetsvoorstel zou per 1-1-2007 moeten ingaan, maar is in werking getreden op 01-01-2008. Dit kan een aanzienlijke besparing voor de “consument” opleveren. Dit vanwege de kostenstructuur die veel verzekeraars hanteren. Zie verder nieuws.

 
Stamrecht
Indien u een stamrecht via een verzekeringsmaatschappij of in een BV heeft ondergebracht kan dit ook dienen als aanvulling op uw pensioen. Hoe en of dit verstandig is om te doen hangt af van uw persoonlijke omstandigeheden. Wij adviseren u graag hierin.

 

 

 

© 2008 Financiële Planning Specialist