Adres: Bronsweg 7
8211 AL Lelystad
Telefoon: 0320 - 215 350
Telefax: 0320 - 247 010
E-mail: Contactformulier
FFP-keurmerk
U bent hier: Beleggen » Beleggingsmogelijkheden

Beleggingsmogelijkheden

Als de asset-allocatie is bepaald kan de effectenportefeuille worden ingeuld. Er zijn verschillende manieren om een effectenportefeuille in te richten. In dit onderwerp wordt geprobeerd om inzicht te geven in verschillende mogelijkheden en de bijbehorende voor- en nadelen. Een belangrijk onderscheid is die van actief en passief beleggen. Een ander belangrijk aandachtspunt is zelf beleggen of beleggen via een vermogensbeheerder. Onderstaande onderwerpen worden hieronder behandeld.

Indexbeleggen

Beleggingsfondsen

Gestructureerde produkten

 


Indexbeleggen

Onderstaand wordt verder ingegaan op indexbeleggen en specifiek de indexfondsen. Vanwege de lage kosten en het feit dat beurskoersen niet te voorspellen zijn, levert indexbeleggen meer op dan de meeste vormen van actief beleggen. De lage kosten betekenen echter ook dat er weinig mee te verdienen valt, waardoor indexfondsen in Nederland praktisch niet worden geadviseerd. Het toenemende besef dat de meeste actieve beleggers slecht presteren en het groeiende kostenbewustzijn maken echter dat de belangstelling onder particuliere beleggers steeds groter wordt.

In de Verenigde Staten beleggen zowel institutionele als particuliere beleggers al vele jaren massaal in indexfondsen. Naar schatting wordt tegenwoordig ongeveer een derde van de inleg in Amerikaanse beleggingsfondsen in indexfondsen belegd. Ook in Nederland hebben institutionele beleggers zoals pensioenfondsen het indexbeleggen al vele jaren geleden omarmd. Maar anders dan in de Verenigde Staten is indexbeleggen voor de meeste Nederlandse particuliere beleggers nog een onbekend begrip. Dat begint nu te veranderen.

Volgens de werkwijze van de Financiele Planning Specialist wordt er allereerst een inventarisatie gemaakt van de persoonlijke situatie en wensen van de belegger. Op basis van die wensen wordt het besteedbaar inkomen bepaald. Vervolgens wordt er beoordeeld of de financiële en fiscale positie efficiënt genoeg is ingericht. Waar nodig worden er verbeteringen en optimalisaties in de fiscale en financiële positie doorgevoerd. Vervolgens wordt de beleggingshorizon bepaald en aan de hand daarvan de asset-allocatie (verdeling over de beleggingscategorieën).

Bij het samenstellen van een beleggingsportefeuille is het vaststellen van de verdeling over beleggingscategorieën van cruciaal belang. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het rendement van een goed gespreide beleggingsportefeuille voor een substantieel deel (wel 70%) wordt bepaald door de asset mix. Waarmee overigens ook meteen is aangegeven dat actief beleggen op het niveau van de subcategorieën minder zinvol is. Naast de hoge kosten en het feit dat het heel moeilijk zo niet onmogelijk is om te voorspellen welke subcategorieën in de toekomst beter zullen presteren dan anderen, zullen eventuele correcte voorspellingen relatief weinig effect hebben op het rendement van de portefeuille. Mede daarom is passief beheer van de portefeuille in de meeste gevallen te prefereren boven actief beheer.

Verschillende soorten indexen

Een beursindex is een mandje effecten dat dient als graadmeter van ontwikkelingen op een bepaalde beurs of financiële markt. Er zijn tegenwoordig honderden indexen in de wereld. Voor allerlei verschillende beleggingscategorieën (aandelen, obligaties, vastgoed etc.) en binnen die beleggingscategorie weer voor allerlei subcategorieën. Zo zijn er aandelenindexen die de hele wereld dekken maar ze zijn er ook voor bepaalde regio's, sectoren, opkomende markten, middelgrote bedrijven, kleine ondernemingen, beleggingstijlen als growth en value etc. 

Indexen verschillen verder in de manier waarop zij worden samengesteld. Er zijn 
brede indexen met duizenden effecten die hele (deel)markten dekken maar ook smalle indexen die slechts een zeer beperkt deel van een markt vertegenwoordigen. Ook verschilt de manier waarop effecten voor de index worden geselecteerd en gewogen. De meest voorkomende selectiecriteria zijn marktkapitalisatie en de mate waarin effecten op de beurs worden verhandeld. De weging van de geselecteerde effecten gebeurt meestal op basis van marktkapitalisatie (eventueel met onder- en bovengrenzen), al komt gelijk gewogen ook voor. 


De voor- en nadelen van indexbeleggen op een rij:

  • veel minder kosten dan bij een beleggingsfonds;
  • een goede spreiding;
  • goede verhandelbaarheid;

De nadelen van  indexbeleggen zijn:

Beleggingsfondsen

Kosten beleggingsfondsen

De kosten worden vanuit uw beleggingen betaald, en hebben directe invloed op de rendementen. Omdat kosten op deze indirecte manier in rekening worden gebracht, hebben veel beleggers hier weinig oog voor.

Daarbij komt nog dat het met de transparantie met betrekking tot de kosten in Nederland nog niet bijzonder goed is gesteld. Dat komt enerzijds door het unieke Nederlandse systeem met fondsen die zowel bij fondsaanbieders als op de beurs verkrijgbaar zijn. Een tweede reden dat het met de transparantie van kosten slecht is gesteld, ligt bij de autoriteiten en de fondsaanbieders zelf.

De regelgeving met betrekking tot transparantie inzake kosten is in Nederland slechts laat op gang gekomen en is op dit moment nog volop in ontwikkeling. Daarbij geven fondsgroepen zelf veelal niet meer inzicht in kosten dan strikt noodzakelijk.

De kosten die bij beleggen in fondsen komen kijken, kunnen gesplitst worden in eenmalige kosten en terugkerende kosten. Sommige fondsen rekenen meer eenmalige kosten, andere fondsen meer terugkerende kosten. De terugkerende kosten worden door fondsen in mindering gebracht op het vermogen.

Eenmalige kosten
Als u een fonds koopt, betaalt u vaak aankoopkosten. Evenzo betaalt u verkoopkosten bij verkoop van een fonds. Daarnaast gelden er soms switchtarieven als u van het ene fonds van een bepaalde aanbieder wilt inruilen tegen een ander fonds.

Zoals we ook al in het eerste deel van deze cursus schreven, kunnen beleggingsfondsen op twee manieren worden gekocht. Giraal via een distributeur (aanbieder) van een fonds of op de beurs.

Als u een fonds via een beleggingsrekening koopt, dan zult u in Nederland dat veelal bij de fondsaanbieder zelf doen. Robeco Advies verkoopt bijvoorbeeld Robeco-fondsen en banken als ABN Amro, Postbank en ING verkopen hun eigen fondsen; de zogenoemde huisfondsen. Daarnaast zijn bij het girale systeem van banken of andere fondsaanbieders soms fondsen van derde fondsaanbieders verkrijgbaar met wie een distributieovereenkomst is afgesloten. Vooral partijen die een beperkt aanbod van huisfondsen hebben, bieden fondsen van andere aanbieders aan.

Bij aankoop en verkoop van een huisfonds of ander fonds via het girale systeem betaalt u aankoopkosten. Deze kosten bedragen doorgaans ongeveer een half procent van het vermogen dat u belegt. Soms zijn de kosten lager als u de order via internet plaatst.

Als u op de beurs via een commissionair een beleggingsfonds koopt dan betaalt u het ‘normale’ tarief dat u ook betaalt als u een individueel aandeel koopt. Een commissionair is iemand die namens u op de beurs handelt, vrijwel alle banken leveren commissionairsdiensten. De structuur en hoogte van deze commissie verschilt sterk per broker en kanaal. Via internet zijn de kosten doorgaans lager. Meestal betaalt u een vast en variabel bedrag.

Vaak is het qua kosten aantrekkelijker om via het girale systeem beleggingsfondsen te kopen, alhoewel de kostenverschillen niet altijd groot zijn. Een voordeel van de beleggersgiro is dat geen bewaarloon wordt gerekend. Een voordeel van via de beurs handelen is dat u via uw eigen huisbank keuze heeft uit een groot aantal fondsen en bovendien op ieder moment van de beursdag kan (ver)kopen.

Voor buitenlandse fondsen zijn de aankoopkosten vaak hoger dan voor Nederlandse fondsen, een buitenlands fonds geeft soms aan dat het wel 5% rekent. Buitenlandse fondsen lijken dus bijzonder onaantrekkelijk maar schijn bedriegt. Buitenlandse fondsen zijn qua aankoopkosten in feite vaak vergelijkbaar met Nederlandse fondsen.

Hiervoor zijn twee redenen:
- Vrijwel niemand betaalt de opgegeven aankoopkosten als deze vijf of zes procent zijn. Voor grotere bedragen zijn de kosten onderhandelbaar, tevens kunt u de fondsen bij een internetbroker vaak veel goedkoper aanschaffen.

- Nederlandse fondsaanbieders verkopen hun fondsen tegen een opslag boven intrinsieke waarde en kopen de fondsen weer in tegen een koers lager dan de intrinsieke waarde; de spread. In de koers van Nederlandse fondsen zijn kosten verwerkt die kunnen oplopen tot enkele procenten. Uit deze kosten worden onder andere een vergoeding voor de distributeur en de kapitaalsbelasting betaald.

Terugkerende kosten
De kosten die we hiervoor besproken, verschillen sterk van fonds tot fonds. Alle fondsen echter brengen kosten in rekening die ze ten laste brengen van het fondsvermogen.

1. Beheerskosten staan vermeld in de prospectus en jaarverslag van het fonds. De beheerskosten zijn een zeer belangrijk gegeven voor een fondsbelegger. Als een fonds een beheervergoeding vraag van 1.25% en het fonds heeft EUR 200 miljoen aan belegd vermogen, dan krijgt de fondsaanbieder EUR 2.5 miljoen als vergoeding. De beheersvergoeding bestaat uit een aantal componenten. De grootste component is meestal de management fee, welke een vergoeding is voor het management van de portefeuille. Daarnaast worden administratieve kosten in rekening gebracht, welke de kosten moeten dekken van het verzenden van prospectussen, jaarverslagen en rekeningafschriften. Ook de distributievergoeding en de marketingkosten kunnen onderdeel uitmaken van de beheerskosten.

In Nederland worden de beheerkosten vaak gebrekkig uitgesplitst en is het is niet duidelijk wat er wel en niet onder valt. Sommige fondsen brengen bijvoorbeeld de kosten van oprichting in één keer in rekening, andere fondsen schrijven die af in vijf jaar. In jaarverslagen was daar vaak weinig of niets over te vinden. Inmiddels is de regelgeving aangescherpt.

2. Transactiekosten. Ook een fonds maakt kosten bij de aan- en verkoop van aandelen en obligaties aankoopkosten. Soms worden die kosten verrekend met de koers waarvoor de transactie wordt gesloten en krijgt het fonds er dus geen aparte rekening voor. De transactiekosten worden zelden vermeld in jaarverslagen van Nederlandse fondsen.

3. Rente-uitgaven. Als een fonds geld leent om aandelen te kopen, of het heeft een plotselinge uitstroom terwijl de portefeuille in stand wordt gehouden, moet het rente betalen. Deze kosten drukken eveneens op het rendement.

Hieronder vindt u de inhoud van een artikel wat afgelopen jaar is geplaatst naar aanleiding van een onderzoek van Cap Gemini naar kosten in een beleggingsfonds.

De kosten van beleggingsproducten lijken welhaast een vergeten aspect. Consumenten willen zich er liever niet in verdiepen, aanbieders praten er het liefst omheen. De nieuwe Financiële Bijsluiter, per 1 oktober van kracht, moet uitkomst bieden. Of het genoeg is?

De kosten moeten in de nieuwe Financiële Bijsluiter eenduidiger vermeld worden. De AFM bezweert dat aanbieders "echt alle kosten" erin moeten verwerken. De uitslag afgelopen week van de Transparatie Barometer waarmee consultancy- en it-bureau Capgemini beleggingsfondsen naast de meetlat legt, geeft echter reden tot zorg. "Het valt te betwijfelen of zo'n total expense ratio wel het totale plaatje geeft", stelt onderzoeker Patrick Neuwirth.

Praat met financiële aanbieders over kosten en de opbrengst is een van de eerste verdedigingslinies waar ze zich achter verschuilen. Het gaat uiteindelijk om die opbrengst. "Je vraagt bij een spaarrekening toch ook niet hoe hoog de kosten zijn", sneerde ooit eens een verzekeraar. Bij een spaarrekening staat de opbrengst echter min of meer vast, bij beleggingsproducten niet. Het enige dat vaststaat zijn de kosten én die hebben een regelrechte invloed op de opbrengst. Ergo, kosten zijn belangrijk.

Niet zelden zelfs doorslaggevend, zoals bij aandelenlease waarbij de hoge rentekosten in het product vaak hoger lagen dan het rendement op de geleaste aandelen. Een geheim onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) naar beleggingsverzekeringen zou voor dit beleggingsproduct tot een soortgelijke conclusie komen.

Kosten in bijsluiter
De nieuwe bijsluiter is misschien wel eenvoudig, maar wellicht niet volledig. Het onderzoek van Capgemini naar de transparantie van beleggingsfondsen toont aan dat aanbieders lang niet alle kosten opgeven. Dit terwijl ze dat ook al wel voor de oude bijsluiter moesten doen. Tal van schemergebieden blijft bovendien buiten beeld.

Het eerste wat Capgemini merkte was dat de (verplichte) Financiële Bijsluiter in enkele gevallen niet eens beschikbaar was op aanvraag. Veel vaker gaven aanbieders bepaalde kosten of aanverwante zaken simpelweg niet op in bijsluiter, jaarverslag of prospectus. Een kostenpost die volgens Neuwirth veelal in nevelen blijft gehuld zijn transactiekosten: voor de aan- en verkopen in de portefeuille van een fonds. Deze komen ten laste van het fonds en zijn hoger al naar gelang de fondsbeheerder actiever handelt. "Die transactiekosten zie je niet terug in de total expense ratio die de AFM-commissie Winter voorschrijft. Die 'totale kosten' geven dus niet het totale plaatje, maar zijn slechts een indicator."

Direct gelieerd aan de transactiekosten zijn speciale deals die een fondsbeheerder kan sluiten met brokers die de aan- en verkooptransacties uitvoeren. Zo kunnen ze in ruil voor veel klandizie een korting geven op de transactiekosten middels een retourprovisie (hard commission). Een andere mogelijkheid is dat hij korting krijgt op analistenrapporten (soft commission). "De meeste fondsaanbieders vertellen hier niets over", stelt Neuwirth. En als ze er al iets over vertellen blijkt dat slechts 19% het voordeel van soft commission naar het fonds doorsluist, een luttele 6% doet dat met de retourprovisie. Deze kortingen op de kosten komen dus waarschijnlijk niet ten goede aan de beleggers in het fonds.

Driekwart van de fondsen gaf geen duidelijkheid, noch in jaarverslag, noch in bijsluiter, over de distributiekosten. Worden die ten laste van het fonds gelegd of betaalt de fondsaanbieder deze uit eigen zak? Ook zouden beleggers volgens Neuwirth meer gespitst moeten zijn op de oprichtingskosten. "Deze kosten worden in de eerste drie jaar voor de volle mep afgeschreven. Bij een klein fonds 1,5 tot 2 ton, voor grote fondsen kan het oplopen tot een miljoen euro." Goed te weten als u in een jong fonds stapt.

Vergelijking
Capgemini heeft naar transparantie gekeken, niet naar de hoogte van de kosten zelf. Neuwirth: "We kijken niet of fondsbeheerders hun zakken vullen of niet. Want op welke kosten leg je de focus? Hard and soft commissions krijg je niet boven tafel, en ook transactiekosten zijn weinig inzichtelijk. Het is dan erg lastig om een fonds de goedkoopste te noemen."

Zelfs de consument die goed beslagen ten ijs wil komen, zal ondanks doorvragen mogelijk niet alle kosten boven water kunnen krijgen. Capgemini dringt in dat licht aan op een goede specificatie van de kosten. Neuwirth: "Dan kun je checken of alles wel in de totale kosten zit verwerkt." Consumenten zouden ondertussen moeten bedenken of ze wel in zee moeten gaan met een aanbieder die niet alle kosten lijkt te verstrekken.

Gezien de grote gevolgen is het verbijsterend dat kosten niet sterker op het netvlies bij de consument staan. Het is een publiek geheim dat de oude financiële bijsluiter nauwelijks gelezen werd. Te ingewikkeld. Veel Nederlanders lopen voor een paar euro verschil wel naar een andere supermarkt, maar steken daarentegen duizenden euro's in producten die ze niet kennen, laat staan de kosten ervan. Alsof je een huis koopt, zonder er ooit binnen te zijn geweest. Bij tegenvallende opbrengsten valt het kwartje. Hard.

Aanbieders maken graag gebruik van onze psychologisch blinde vlek. Hoe vager de kosten des te beter. Sommigen schuiven handig met kosten en zetten zo de consument op het verkeerde been. Dat kan bijvoorbeeld als het product tweeledig is, zoals de beleggingsverzekering uit een levensverzekering en een beleggingsfonds bestaat. Met de lage kosten van de een, kunnen de hogere kosten in het andere onderdeel verdoezeld worden.

 

Garantieproducten / gestructureerde produkten

Gestructureerd product is een ruim omvattende term. In tegenstelling tot hedge funds en private equity funds - die regelmatig door elkaar gehaald worden in diverse media - is de term gestructureerd product moeilijk op het verkeerde moment in te zetten. De werking is echter alles behalve eenvoudig. De informatievoorziening om het inzicht te verhogen wordt door de jaren heen wel wat beter, maar houdt nog niet over. Net als de economieën van emerging markets van dit moment is de groei desondanks nauwelijks te beteugelen. Ongeacht hoe nadrukkelijk waarschuwingen geuit worden, is er een enorme stroom vermogen beschikbaar om de nieuwe mogelijkheden binnen een portefeuille te verwelkomen. Maar zoals met elke nieuwe ontwikkeling zijn er ook veel vragen. Lang niet altijd is duidelijk wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen allerlei strategieën en constructies. Daarom is het voor een leek nauwelijks te volgen of ontwikkelingen op de financiële markten van invloed zijn op zijn of haar beleggingen. En soms is het zelfs voor de professionals nog een uitdaging. 

De structuren vinden hun weg naar de markt onder vele verschillende namen. Die namen verklappen wel enigszins waar de belegger mee te maken heeft, maar het hele verhaal wordt er zeker niet mee verteld. In vroeger tijden was de keus voor een belegger vaak beperkt tot aandelen en obligaties. Af en toe kozen mensen daar nog een valuta bij, en sporadisch kwam er wel eens een gewicht aan fysiek edelmetaal voorbij. Tegenwoordig beschikken we daarnaast over een behoorlijke selectie aan nieuwe initiatieven van productaanbieders. Wat dacht u bijvoorbeeld van Global Titans Obligaties als u graag het aangename van aandelen en obligaties wilt combineren? Of de MSCI Hedge Fund Index Notes voor een belegging in een grote hoeveelheid hedge funds met garantie van uw hoofdsom, S&P 100 Boosters om extra rendement te krijgen als de S&P in de VS inderdaad oploopt, Asset Backed Renteplus Obligaties die u - onder bepaalde voorwaarden uiteraard - minimaal een percentage rente uitkeren met kans op meer, of een EPRA Bear Tracker als u wilt inspelen op een daling van beursgenoteerd vastgoed in Europa? En dit is nog maar een kleine greep uit een grote stroom instrumenten die op dit moment tot de beschikking staan van beleggers. 

Duizelingwekkende groei
De toevertrouwde middelen die een bestemming hebben gevonden in deze structuren, zijn relatief ten opzichte van de 'traditionele'soorten nog niet eens het grote nieuws. Het is met name de groei in deze middelen die de laatste jaren duizelingwekkend te noemen is. In mei van dit jaar is de AFM op de eigen site met een rapport naar buiten gekomen, naar aanleiding van het onderzoek naar hoe de gestructureerde producten in Nederland hun weg vinden naar de consument. In dat rapport staat bijvoorbeeld dat van2003 tot en met 2006 het belegde vermogen van particulieren dat in gestructureerde producten is ondergebracht, ongeveer vertienvoudigd is naar 30miljard euro. En wat te denken van de mededeling in datzelfde rapport dat95% (!) van de aangekochte producten zonder tussenkomst van een specialist in portefeuilles terecht komt. De AFM concludeert dat particulieren zelden een brochure helemaal lezen, laat staan dat ze hem ook daadwerkelijk begrijpen. Dat maakt de groei in afzet via de 'directe kanalen' er des te vreemder op. 

Nog meer cijfers, en wel uit het Financieel Dagblad van 12 juni2007. Een record in het eerste kwartaal van 2007: er werd in drie maanden tijdwereldwijd 251 miljard dollar nieuw vermogen ondergebracht in zogenaamde CDO's, wat staat voor Collaterized Debt Obligations. Kort gezegd is dat een vorm van beleggen in (meestal) kwaliteitsobligaties met een hefboom. Het uiteindelijke rendement op einddatum wordt daarbij mede bepaald door het aantalfaillissementen. Het artikel vermeldt niet of het inderdaad alleen gaat om CDO's, of dat ook andere zogenaamde asset backed securities hierin meegenomen zijn. Maar ook in deze tak van sport klinkt een financieel hallelujah, terwijl het maar de vraag is of alle eindgebruikers precies weten wat een asset backed security is. Voor allerlei ingewikkelde structuren met mooie namen staan beleggers in de rij om mee te mogen doen. De rendementsrognoses zijn fors, maar wie weet precies onder welke voorwaarden er ook op die rendementen gerekend mag worden? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden voor gestructureerde producten in het algemeen, want daar is de diversiteit veel te groot voor. Dat elke instelling haar eigen naam heeft voor eenzelfde strategie, vertroebelt het beeld nog eens extra. 

Toegenomen onduidelijkheid
Regelmatig komt het voor dat producten die daadwerkelijk met problemen te maken krijgen, dalen in prijs. Op dat moment zullen ze vergelijkbare instrumenten meetrekken in hun neergang. Of dat op dat moment ook terecht is, is maar zeer de vraag. Eén van de andere voorkomende problemen van sommige gestructureerde producten is de slechte verhandelbaarheid. Dat houdt een simpel maar groot probleem in. U kunt raden wat er gebeurt als er een piek in aanbod komt in een product waar dagelijks nauwelijks of geen handel in is. Toch heeft de enorme aanwas van producten ook voordelen. Mede door (garantie)structuren rond een belegging te maken, is er toegang gekomen is tot markten die jaren geleden alleen voor institutionele partijen beschikbaar waren. Beleggers en beheerders durven met een financieel vangnet onder hun vermogen toch net even wat meer. Daarbij nemen we blijkbaar het nadeel van de toegenomen onduidelijkheid over de koersvorming op de koop toe, ook al is die koersvorming daardoor op de korte termijn soms onlogisch.Binnen dit enorme smakenpalet is het verder gemakkelijk om te vergeten waar ook al weer de verschillen zaten tussen producten die in eerste instantie op elkaar lijken. Het helpt daarom als men duidelijk voor ogen heeft welke ontwikkeling van invloed is op de waardeontwikkeling van een gestructureerd product. Bijonvolledige informatie ligt namelijk het gevaar van schijnveiligheid op de loer. 


Nadelen onderbelicht
Als we kijken naar aandelen, dan zijn gestructureerde producten er al wat langer. Eind jaren '90 waren de bijvoorbeeld de clickfondsen behoorlijk populair. Ook een gestructureerd product, maar het was een meeruitzondering dan regel in de gemiddelde portefeuille van een particuliere belegger. De tijden waren er naar, veiligheid was overbodig aangezien er geen einde leek te komen aan het optimisme van beleggers. Later kwamen daarnaast nog producten beschikbaar die de beleggers lokten met hoge rentecoupons voorbij voorbeeld de eerste twee of drie jaar, waarna de uitkering van rente wordt bepaald door de stijging van een onderliggend mandje aandelen. Er valt de afgelopen jaren weinig te klagen voor de houders van deze garantiestructuren als het gaat over rendement. Maar het nadeel van de huidige ontwikkeling op het gebied van rente - en in mindere mate volatiliteit - is onderbelicht,zo concludeert ook de AFM terecht in haar rapport. De meeste structuren lopen tussen de vijf en tien jaar lang. De bijbehorende obligatietarieven voor die looptijden zijn in 2006 en in het eerste halfjaar van 2007 bijna anderhalf procent gestegen. Een dergelijke stijging lijkt niet spectaculair, maar het creëert in werkelijkheid een flinke tegenvaller voor de constructie,aangezien er vrijwel altijd met een zero-coupon obligatie wordt gewerkt. Deze moet op einddatum (een gedeelte van) de inleg veilig te stellen, maar zero-coupons zijn onder obligaties een zeer rentegevoelige soort. Het komt daarom regelmatig voor dat een garantiestructuur na één jaar van de looptijd een mooie stijging van tien of vijftien procent laat zien, maar dat de onderliggende waarde op zo'n moment in sommige gevallen al 20%of meer is opgelopen. Op zich is dat een tijdelijk probleem, want wordt de looptijd van het product uitgezeten, dan wordt die achterstand ook wel weer ingelopen. Het gevaar is echter dat de constructie nu alleen boven de garantiewaarde noteert en dus 'gewoon' een neerwaarts risico kent. Het wachten op het verborgen rendement moet dus gedaan worden met de wetenschap dat een daling van beurzen alsnog een flink verlies kan opleveren gemeten vanaf de opgelopen waarde van het product. 

Naast het effect van renteverandering moet men bovendien rekening houden met het verloop van de volatiliteit in de betreffende beurs, aangezien deze van grote invloed is op de andere component waarmee dit soort structurengebouwd worden: de opties die de stijging van de onderliggende waarde moeten volgen. Oplopende volatiliteit maakt opties duurder en kan eveneens direct op de waarde van een garantiestructuur van invloed zijn. Theoretisch is het dusz o, dat een net gestarte structuur bij een licht dalende beurs, dalende rente en oplopende volatiliteit toch in waarde stijgt. Het gaat wat ver om gestructureerde producten op aandelen te mijden vanwege de extra invloeden op de waardeontwikkeling, het kan ten slotte ook in het voordeel van de belegger uitpakken zodra de kapitaalmarktrente weer in een dalende trend terecht komt.Belangrijk hierin is dat aan de zekerheid van het ingebouwde vangnet een waarde toegekend moet worden om een eerlijke vergelijking met een directe belegging te kunnen maken. Die toe te kennen waarde begint nu ook toe te nemen. Dit gezien het feit dat wanneer de markt maar verder en verder oploopt de neiging om zekerheid in te gaan bouwen zou moeten toenemen. Het kan in ieder geval geen kwaad om bewust te zijn van feit dat op een dergelijke manier veiligheid ingebouwd kan worden in een aandelenportefeuille. Wanneer men de genoemde extra invloeden op koersvorming accepteert, dan zijn garantiestructuren een uitstekend alternatief op het moment dat er winst genomen wordt op de huidige aandelenposities. 

Opvallende opmars obligatieproducten
In obligatiebeleggingen is de opmars van gestructureerde producten ook opvallend. Wanneer men praat over gestructureerde obligatieproducten, dang aat het vrijwel altijd over de categorie asset backed securities. Maar anders dan bij aandelen, is dit in feite een totaal andere vorm van beleggen dan de veronderstelde onderliggende waarde. Gestructureerde producten die tot deze categorie behoren, zoals CDO's en CLO's (Collateralized Loan Obligations), verhogen juist het beleggingsrisico op zoek naar een hoger rendement. Daarbij moet opgemerkt worden dat er ook een deel van deze producten aangeboden wordt met een hoofdsomgarantie, wat een vergelijking met gewoneobligaties iets eerlijker maakt. 

Rond 2001 begon een periode van ongeveer drie jaar waarin aandelenzeer slecht rendeerden en de staatsrente geleidelijk tot een historisch dieptepunt zakte, en dus was de opmars van de asset backed securities niet test uiten. De prognoserendementen zorgden voor de nodige aandacht, en ten onrechte werden de structuren als obligaties aangekocht in veel portefeuilles.Vanwege rendement, risico, inzichtelijkheid en invloeden op koersvorming gaat de vergelijking met een gem

© 2008 Financiële Planning Specialist